Dierenrechten en milieubescherming

Met de woorden van de dierenrechtenbeweging

“Enkel een dode jager is een goede jager.”
Slogan betoging tegen jachtbeurs

“Wat kan ons een paar dode joggers schelen? Ik zou jou eerder neerschieten dan een poema.” Dreigbrief naar parlementslid die voorstelde om een jachtverbod te herzien nadat in twee afzonderlijke gevallen in Californië twee vrouwelijke joggers door poema’s waren aangevallen en gedood.

Tot de kern van de zaak

Groei wereldbevolking

De impact van de groeiende wereldbevolking op de leefgebieden van dieren, vooral in Afrika, is enorm. Steeds meer natuur wordt door de mens voor landbouw ingenomen, met catastrofale gevolgen voor de dieren. Zelfs een totale bescherming op papier van de dieren zal het verdwijnen van de diersoorten niet kunnen tegengaan als de landbouw hun leefgebied inpalmt. De enige langetermijnoplossing om wilde dieren in deze omstandigheden te beschermen, is logisch en eenvoudig. Enkel wanneer de lokale bevolking het zich economisch niet kan veroorloven de wilde dieren te verliezen omdat hun opbrengst – via toerisme, jachtvergunningen, vlees, horens, ivoor, huiden… – essentieel is voor haar levensonderhoud én hoger ligt dan de opbrengst van de landbouw, zal ze bereid zijn de natuur in haar oorspronkelijke staat te laten en de dieren echt te beschermen.

Realistisch wildbeheer

“Economische return naar de lokale bevolking is belangrijk. Zij die met succes wilde diersoorten beschermen, moeten in staat zijn de overschotten te exporteren en daar een inkomen uit te halen,” aldus het WWF in zijn boek Zorgen voor de aarde. Deze aanpak kent al succes o.m. in Zimbabwe. Daar leert de bevolking via het ministerie van Nationale Parken hoe ze een wildranch moet beheren. Het WWF, dat in Zimbabwe de idee van wildbeheer steunt, verleent bijstand.

‘Boycot’ natuurbescherming

De wetenschappelijke gefundeerde visie op natuurbescherming staat in schril contrast met de opvattingen van DRO’s. Terwijl DRO’s autochtone volkeren als wilden bestempelen en sommigen zelfs durven uitkramen dat hun cultuur het overleven niet waard is, ziet de natuurbeschermingsbeweging de levenswijze van deze mensen als een hoeksteen en voorbeeld voor een leven in harmonie met de natuur.

Zo stelt het WWF: “De oorspronkelijke rechten van de autochtone bevolking op hun land en natuurlijke bronnen moeten erkend worden. Met inbegrip het recht om dieren en planten te oogsten waarvan hun levenswijze afhankelijk is… Economische stimuli kunnen lokale leefgemeenschappen motiveren om hun natuurbronnen op een duurzame wijze te gebruiken en zo een eerlijk inkomen te waarborgen.”

De DRO’s daarentegen roepen op tot een boycot van dierlijke producten. Zo zetten zij de volkeren in Afrika ertoe aan een levenswijze te ontwikkelen die onafhankelijk is van de lokale natuur en de daarin levende dieren. Ze verliest haar interesse voor het ‘wildbestand’ dat van een waardevol bezit tot een ‘pest’ degradeert. Alle petities, wetten, importverboden… afkomstig van de parlementen in het van de natuur vervreemde rijke westen, zullen dan niet kunnen verhinderen dat het wildbestand verder achteruitboert.

Nepgroenen

De harde realiteit toont aan dat de lokale bevolking gewoon de wilde natuur moet gebruiken om ze op een doeltreffende wijze te beschermen. Zowel plant als dier vormen de basiscomponenten voor het levensonderhoud van de mens. Wanneer hij die niet langer aanwendt, zal hij zichzelf vernietigen. Dat is een feit, een realiteit waar DR-activisten met hun eendimensionale ideologie geen oog voor hebben.

Hoewel DRO’s met hun boycotacties door de media vaak tot de ‘groene beweging’ worden gerekend, zie je hieraan duidelijk dat we hier te doen hebben met een ‘ethische en politieke beweging’ die gebaseerd is op een totale vervreemding van de natuur. Wie zich de moeite getroost om serieuze wetenschappelijke lectuur van de milieubescherming door te nemen, zoals Caring for the Earth. A strategy for sustainable living, verkrijgbaar bij het WWF, zal snel inzien dat de DR-beweging nauwelijks iets met de groene beweging te maken heeft.

Jacht in België

Ook in ons kleine landje wordt er nog gejaagd. België telt zowat 27.000 jagers die meestal lid zijn van een of andere vereniging. De moderne weidelijke jagersverenigingen spannen zich in om zoveel mogelijk natuur te beschermen. Dankzij hun inspanningen bezit België een gezonde en grote dierenpopulatie. Ons land telde in 1850 naar schatting 5.000 stuks groot wild, vandaag leven er meer dan 40.000. Dat is de maximale hoeveelheid die de Belgische bossen kunnen dragen. Deze situatie ontstond niet per toeval maar dankzij initiatieven van jagersverenigingen. Niettegenstaande het vele goeds dat de moderne jagers doen voor de natuurbescherming eisen pressiegroepen een totaal verbod op de jacht.

Genève, het goede voorbeeld?

In 1974 voerde het Zwitserse kanton Genève een totaal jachtverbod in. Blijkbaar hadden de initiatiefnemers er niet aan gedacht dat dieren zich voortplanten en dat al deze dieren op zoek gaan naar voedsel met de nodige problemen voor de landbouw. En wat zien we nu? Meer dan twintig jaar na het invoerverbod jaagt men nog altijd in het kanton. Met dit verschil dat de jacht nu gebeurt door veertien staatsambtenaren die de schade aan de landbouw helpen indijken. Wat vroeger gratis gebeurde door privé-jagers en via jachtvergunningen zelfs geld in het laatje van de staat bracht, wordt nu door de belastingbetaler gefinancierd.

Dromen zijn bedrog

Sommige mensen zijn door de propaganda van de DRO’s zo gehersenspoeld dat zij echt alle gevoel voor de natuurlijke realiteit verliezen. Op een dag ontving David Attenborough, één van de bekendste makers van natuurdocumentaires, een kritische brief van een vrouw die het ongepast vond dat hij zoveel geld spendeerde aan een reis naar Patagonië om beelden te schieten van orka’s, die een gruwelijk spel met zeehondjes speelden, of aan opnamen van leeuwen die een gnoe verslonden. Volgens haar kon dat geld beter besteed worden aan research naar een manier om leeuwen op plantaardig voedsel te doen leven.

Vrijheid beknotten

De DR-beweging wil beslissen hoe men zich moet gedragen, wat men moet eten en hoe men zich moet kleden… niet enkel in het westen maar overal in de wereld. Zij weigeren de positieve bijdrage van de jagers aan het natuurbehoud te erkennen en raken de gevoelige snaar om jagers in diskrediet te brengen. En zij bezorgen de publieke opinie via emotionele propaganda pseudo-ethische argumenten om met een goed geweten natuurvolkeren te ruïneren. Door de economie uit te schakelen van de mensen die voor een inkomen van de fauna afhangen, zowel in het westen als ver daarbuiten, effenen deze zogenaamde idealisten het pad voor belangen die niet stroken met de behoefte van de natuur en de daarin levende dieren. Is dat de meest recente uitdrukking van het westerse imperialisme met als doel westerse ‘waarden’ op te dringen? Zouden eeuwenoude culturen moeten verdwijnen omwille van de onnatuurlijke denkwijze van DRO’s?

Overbejaging en stroperij moeten terecht veroordeeld en bestreden worden, maar zijn acties tegen verantwoorde en goed gecontroleerde jacht wel verantwoord? Het gaat niet om een keuze tussen dode dieren of een leven zoals in de film Bambi, maar om een keuze tussen verantwoord natuurbeheer of een ‘utopische wereld’ met catastrofale gevolgen voor de natuur en de daarin levende mensen en dieren. Vormen DRO’s geen bedreiging voor serieuze milieubeschermingsorganisaties die op wetenschappelijke basis werken? De jacht kan immers bijdragen tot de bescherming van de natuur en tot een duurzaam leven in harmonie met de natuur.