Welzijn voor gezelschapsdieren
Een visie van een dierenarts
Op 8/03/2000 was er op de Leerstoel “Dierenwelzijn en dierenrechten” aan de Universitaire Instelling Antwerpen een voordracht door Dr. Raoul Hens, dierenarts (specialisatie gezelschapsdieren & vice-voorzitter Raad voor Dierenwelzijn) over welzijn voor gezelschapsdieren.
Tijdens deze voordracht werd de driehoeksrelatie mens-dier-dierenarts belicht met onderwerpen als esthetische ingrepen, euthanasie, dierenbescherming…
Zoals bij de vorige verslagen beperken we ons ook hier tot enkele punten die de spreken heeft aangehaald. In tegenstelling tot de vorige voordrachten vonden we dat deze voordracht zeer sterk gericht was naar veeartsen toe en minder voor het grote publiek.
- Gezelschapsdieren zijn erg belangrijk voor de mens. 40,8 % van de Belgische gezinnen heeft minstens één gezelschapsdier, meestal hond of kat. In België zijn er 1.56 miljoen honden en 1.41 miljoen katten. Men moet al die beestjes voeden. Zo produceert de petfood industrie jaarlijks 180.000 ton dierenvoeding voor een bedrag van 14 miljard Bf. Daarin zit een niet onbelangrijk deel vers vlees.
- Wanneer we over dierenwelzijn, angst, lijden enz. spreken is het belangrijk van de woorden en begrippen duidelijk te definiëren. Zoniet ontstaat een dovemansgesprek. Wat verstaan we bijvoorbeeld onder pijn ? We vinden daar in de literatuur verschillende definities voor zoals ‘onaangename gewaarwording’ en ‘weerzinwekkende zintuiglijke ervaring die motorische reacties uitlokt’. En wat is angst? Angst wordt o.a. gedefinieerd als ‘bang zijn voor een dreigend gevaar’.
- De moeilijkheid bij het bepalen van ‘welzijn’ bij dieren is, aldus Dc Hens, het punt te bepalen vanaf waar we kunnen zeggen dat het welzijn geschaad is. Er bestaat ook nog geen eensgezindheid om pijn en lijden te herkennen bij dieren. Vanaf wanneer wordt een onaangename emotionele toestand als lijden ervaren? Ervaringen op jonge leeftijd hebben ook een invloed op dieren of een bepaalde toestand als emotioneel onaangenaam zou worden ervaren. Een dier in gevangenis geboren kan niet missen wat het niet kent.
- Volgens Dc Hens heeft niets aan dat, wat het dier voelt gelijk is aan wat de mens zou voelen in gelijkaardige omstandigheden.
- Dc Hens maakte een verschil tussen ‘algemene moraal’ en ‘toegepaste moraal’. Algemene moraal is een keuze tussen goed en kwaad; toegepaste moraal is een keuze tussen kwaad en minder kwaad.
- “Dierenrechten” staat, aldus Dc Hens, voor een “persoonlijke filosofische opinie” en raad dierenartsen aan deze term niet te gebruiken. “Dierenwelzijn” laat een evenwicht toe tussen welzijn van dier en mens. Het laat mededogen toe, niet alleen met het dier, maar ook voor wie een emotioneel of een financieel belang bij het dier heeft.
- Dc Hens merkte op dat sommigen in onze maatschappij te antropomorfisch zijn, dat zij te veel menselijke eigenschappen aan dieren toekent die ze in werkelijkheid niet hebben. Anderen hebben dan nog de neiging van dieren gewoon als voorwerpen te aanzien. Beide visies zijn verkeerd, het komt er op neer van het juiste midden te zoeken.


