Vrijheid voor dieren – Een filosofische analyse
Op woensdag 18 november 1998 startte aan de Universitaire instelling Antwerpen de leerstoel Dierenwelzijn & Dierenrechten met haar eerste lezing. De spits werd afgebeten door Prof E. Vermeersch met een filosofische analyse over vrijheid en onvrijheid bij dieren.
Vrijheid is een erg relatief begrip, zowel voor individuele dieren, als voor populaties en voor de natuur in zijn geheel. Termen zoals ‘in de vrije natuur’ hebben er toe bijgedragen dat de meesten van ons vrijheid voor dieren onmiddellijk associëren met ‘onbelemmerd’ aanwezig zijn in de natuur, m.a.w. niet opgesloten zijn. Maar zijn dieren in de natuur wel zo onbelemmerd? Is de natuur waarin wilde dieren leven nog wel zo vrij ?
Het is onmogelijk om de boeiende uiteenzetting en redenering van twee uur van iemand als Prof. Vermeersch in enkel regels samen te vatten. Wij beperken ons dan ook tot het vermelden van enkele punten en redeneringen in de overtuiging dat ze ook voor u een inspiratiebron tot nadenken zullen zijn.
- In zijn filosofische analyse gaat Vermeersch ervan uit dat vrijheid in de volle zin van het woord betekend doelen stellen en deze kunnen verwezenlijken. De mens onderscheidt zich van dieren door naast het bewustzijn ook een zeer sterk zelfbewustzijn te hebben. Daardoor kan hij zich een voorstelling geven van het verleden, heden en toekomst. Daardoor kan hij zich zijn toekomst inbeelden en doelen stellen en deze proberen te realiseren. Met vrijheid wordt bedoeld dat een wezen een doelstelling heeft en deze kan realiseren.
- De mens is volgens Vermeersch ook het enige wezen dat vrees en angst kent zonder dat er een object voor aanwezig is. Neem je een dreiging weg van een dier dan gaat ook zijn angst weg. Bij de mens kan deze angst blijven bestaan omdat hij zich deze dreiging ook in de toekomst kan inbeelden. Vrijheid is dus een gradatiebegrip.
- Hoe funderen we moraal volgens Prof. Vermeersch? Het besef van bewustzijn en van gelijkheid leidt tot solidariteit. Mensenrechten is iets dat gegroeid is en bestaat omdat er een consensus over is. Het is niet iets vanzelfsprekend. Om dezelfde reden dat je geen racist mag zijn moet je aan speciëcisme (discriminatie op grond van soort) doen want er bestaan substantiële verschillen in graden van bewustzijn en het tot lijden in staat zijn. De mate van bewustzijn is verschillend van soort tot soort. Als je zegt dat een mier even waardig is als een chimpansee dan zeg je ook dat een chimpansee maar zoveel waard is als een mier. Men mag dus de feiten niet loochenen. De feiten ondersteunen het speciëcisme.
- De cruciale hypothese, aldus Vermeerch, is dat sommige hogere dieren een hoger bewustzijn hebben dan jonge kinderen en mentaal gehandicapten en welke rechten we dan aan deze dieren moeten toekennen ?
- Prof. Vermeersch stelde ook de vraag: wat met de contradictie van het individuele lijden te verminderen en het behoud van de bio-diversiviteit? Voor het welzijn van sommige dieren is het goed dat bepaalde andere soorten geëlimineerd worden vb het rabies virus voor de vossenpopulatie. Mensen moeten rekening houden met het lijden van dieren maar in welke mate moeten we ingrijpen in de natuur om het dierenleed te verminderen, want dit leidt tot een daling van de bio-diversiviteit.
- Vrijheid voor dieren die een leerproces kennen bestaat er volgens Vermeersch in dat deze dieren die leerprocessen ook in gevangenschap moeten kunnen realiseren en verder kunnen leven volgens deze leerprocessen. Daaruit kunnen we ook afleiden dat we geen grotere eisen moeten stellen dan zinvol. Bijvoorbeeld een vogel die grootgebracht is in een kooi vrij laten is absurd want het organisme is niet op die vrijheid aangepast en daardoor belandt de vogel in een voor hem onvrije situatie.
- Volgens Vermeersch is ethiek iets dat niet in de natuur bestaat. Ze ontwikkelt zich en bestaat maar in comfort-situaties.


