Proefdiergebruik, waar liggen de grenzen?

Op woensdag 5 april 2000 gaf prof. Dr. van Zutphen, Vakgroep Proefdierkunde, Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (NL) een zéér interessante voordracht over het gebruik van proefdieren.

Het dier wordt al vele eeuwen gebruikt als model in het wetenschappelijk onderzoek. In recente tijden heeft dit niet alleen een krachtige tegenbeweging vanuit de samenleving op gang gebracht, maar ook vanuit de biomedische wetenschap zelf is er een streven naar vermindering van het proefdiergebruik. De proefdierkunde heeft de 3 V’s (vervanging, vermindering, verfijning) hoog in het vaandel en heeft zich tot doel gesteld om door middel van onderwijs en onderzoek een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van alternatieven en het implementeren van maatregelen ter bevordering van het welzijn van proefdieren. In zijn voordracht gaf Prof. van Zutphen een schets van de evolutie en het belang van proefdieren. Net zoals met de vorige voordrachten bepreken we ons tot het weergeven van enkele punten die besproken werden.

  • Proefdieren werden voor het eerst door de Griekse natuurfilosofen gebruikt. Zo zijn er bronnen van Hippocrates uit de 5 eeuw voor Christus die aanwijzen dat toen proefdieren voor het eerst werden gebruikt. Het gebruik van proefdieren eindigde in de tweede eeuw na Christus met Galenus. Hier werden dieren gebruikt om zich een beter beeld van de anatomie en later van de fysiologie te vormen. Alle kennis vormde de basis voor de geneeskunde en de biologie. Na deze periode volgde een reeks van eeuwen waarin dieren iet werden gebruikt. De dogmatische Kerk liet in die ijd geen empirisch onderzoek toe tot aan de renaissance. In de 14de en 15de eeuw was er opnieuw een opleving van de biomedische wetenschappen en werden opnieuw proefdieren gebruikt. Vanaf 1864 werd voor het eerste narcose gebruikt (inhalatie van ether). Vanaf het begin van de 20ste eeuw is er een enorme stijging van het aantal proefdieren door de introductie van knaagdieren als proefdier. Vanaf 1980 is het gebruik dan weer wereldwijd beginnen dalen. De laatste jaren is de daling wat afgezwakt
  • Proefdieren worden gebruikt in de microbiologie, farmacologie, toxicologie, oncologie, immunologie en genetische modificatie. In het gebruik van het aantal proefdieren in Europa staat België, samen met Duitsland op de derde plaats na Groot-Brittannië en Frankrijk. Nu worden in de Europese unie jaarlijks 10 à 12 miljoen gewervelde proefdieren gebruikt. Op wereldschaal schat men het aantal proefdieren op 75 à 100 miljoen.
  • Welke dieren worden er gebruikt? In Nederland zijn de cijfers als volgt: 42% muizen, 34% ratten, 2% cavia (dus +- 80% knaagdieren), 10% vogels (vooral kippen), 6% vissen, 2% konijnen en 4% andere diersoorten ( honden, katten, primaten, varkens,…). Prof van Zutphen merkte op de anti-beweging afbeeldingen van honden en katten gebruikt hoewel dit maar een zeer klein aantal is, omdat ze emotioneel beter scoren met deze dieren.
  • Waarvoor worden proefdieren nu gebruikt (in NL) ? 21% Sera/vaccin-onderzoek, 10% toxicologisch onderzoek, 13% kankeronderzoek , 4% onderzoek hart- en vaatziektes, 23% in de farmacologie en 1% in het onderwijs. De overige 28% zijn onderzoeken als artritis, diabetes aids en fundamenteel onderzoek.
  • Volgens de wet is een dier pas een proefdier als een gewerveld dier gebruikt wordt in kader van onderzoek dat gepaard gaat met pijn.
  • Volgens prof van Zuthpen kunnen we nu niet stoppen met het gebruik van proefdieren wegens de consequenties die eraan verbonden zijn.
  • Wat is de mate van ongerief voor het dier? in 55% is er sprake van gering ongerief (vb 1 maal bloedafname); in 35% van de gevallen is er sprake van matig ongerief (vb 1 maal totale anesthesie) en in 20% spreekt men van ernstig ongerief. voorbeeld testen van nieuw vaccin of de LD50-test.
  • De acceptatie van het gebruik van proefdieren is sterk verschillend van land tot land. Op de vraag ‘Vindt u het acceptabel honden of apen bloot te stellen aan proeven waarbij ongerief gepaard gaat ten voordele van mensen?” werden zeer verschillende reacties van land tot land opgetekend. In Frankrijk antwoordde 50% van de ondervraagden het niet acceptabel, in japan slechts 5%.
  • De eerste wetgeving rond proefdieren dateert van 1876 (Cruelty to Animals Act (UK)) Vanaf 1986 zijn er Europese richtlijnen. Dierproeven zijn verboden als er een alternatief is. Het is ook verboden als het met minder dieren kan of wanneer het kan op een manier waarbij minder ongerief wordt betrokken.
  • Prof. van Zutphen merkt op dat ook een eenvoudig geneesmiddel als het aspirintje op proefdieren is getest.
  • Uit de zaal kwam de vraag of er, indien meer dan 50% van de bevolking tegen proefdieren is dit op democratische basis zou moeten verboden worden. Prof van Zutphen denkt dat het fout zou zijn van democraties te gaan bepalen hoeveel dieren nog mogen gebruikt worden omdat dit niet op een deskundige basis wordt gedaan.