Hoe vrij zijn wilde dieren?
Dit was de titel van de tweede lezing van de leerstel ‘Dierenwelzijn en dierenrechten’ aan de UIA (6/01/99). De gastspreker was Prof. Dr AndrĂ© Dhondt, Professor of Ornithology, Cornnell University, New York.
Het hoofdaccent tijdens deze interessante voordracht werd gelegd op de relatieve vrijheid van wilde dieren in de natuur. Dit werd besproken vanuit het oogpunt van populaties en metapopulaties, vooral met vogelsoorten als voorbeeld.
Prof. AndrĂ© Dhondt stelde dat wilde dieren in de natuur, net als dieren in mensenhanden voortdurend hebben af te rekenen met een aantal, al dan niet door de mens veroorzaakte, beperkingen of ‘onvrijheden’. Hoewel dit vaak over het hoofd gezien wordt hebben deze onvrijheden niet alleen consequenties voor het individuele dier, maar veroorzaken ze ook gevolgen voor populaties van dieren. Als voorbeeld werd de beperkte bewegingsvrijheid van wilde vogels gegeven door versnipperen van hun leefmilieu.
Prof. Dhondt wees erop dat ‘vrijheid’ in de wilde natuur een zeer relatief begrip. Vrij levende dieren zijn onderworpen aan strenge regels. Zo zijn vogels vrij om te kiezen wanneer ze hun eieren gaan leggen maar de gevolgen zijn groot als ze mis zijn. Ter illustratie werd een studie over pimpelmezen in het Antwerpse getoond. De pimpelmezen die de timing van eieren leggen zo hebben gepland dat ze uitkomen op het moment dat het voedselaanbod het hoogst is, namelijk op het moment dat de rupsen van de wintervlinder uitkomen, zullen het meeste nakomelingen hebben. Deze rupsen op zich zijn afhankelijk van het tijdstip dat de wintervlinder zijn eitjes heeft gelegd. Er zullen het meeste rupsen zijn als de eitjes uitkomen wanneer de blaadjes van de eik uitkomen. Wanneer de rupsen te vroeg uitkomen is er geen voedsel voor hen, wanneer ze te laat uitkomen is het eikenblad volgroeid en heeft het zichzelf beschermd door een speciale laag over haar bladeren te ontwikkelen. Hieruit blijkt dat aan deze vrije keuze grote gevolgen verbonden zijn.
Vrije dieren zijn volgens prof. Dhondt dieren die in staat zijn de juiste beslissing te nemen. Daarvoor zijn een aantal dingen nodig: er moet namelijk voldoende genetische variatie zijn. Deze genetische variatie is belangrijk omdat het toelaat zich aan te passen aan veranderende situaties. De milieuveranderingen die wij veroorzaken veranderen de spelregels in de natuur. Vrijlevende dieren kunnen, aldus prof. Dhondt, best wat hulp gebruiken door verstandig beheer van de natuur.
Uit de zaal kwam de vraag wat dit alles met dierenrechten te maken had. Daarop antwoordde de professor: ‘Rechten is een filosofisch probleem waarover je als mens kan nadenken’.


