Cognitief onderzoek bij dieren

Op woensdag 27 maart was er aan de UA, in het kader van de leerstoel ‘Dierenwelzijn en dierenrechten’ een voordracht over ‘Cognitief (kenvermogen) onderzoek bij dieren hand in hand met dierenwelzijn’. Hoe intelligent zijn dieren? Kunnen zij leren door andere dieren te imiteren? Denken zij na over hun gedragingen, kunnen zij liegen en bedriegen, zijn ze zich bewust van hun uiterlijk? Voor vele mensen is het antwoord snel gevonden in anekdotische ervaringen met huisdieren, maar biologen en psychologen hebben een flinke kluif aan het zoeken naar wetenschappelijk gestoelde verklaringen. Het waarom van onze speurtocht naar het dierlijk intellect situeert zich enerzijds in de drang van de mens om zichzelf te doorgronden, en anderzijds in een streven om het welzijn van de dieren in onze samenleving te verzekeren. De voordracht werd gegeven door Dr Vera Walraven, voormalig doctoraatstudente UIA, proefschrift over werktuiggebruik, sociaal leren en spiegelzelfherkenning bij bonobo’s in gevangenschap.

Het bestuderen van intelligentie bij dieren is niet eenvoudig. Het merendeel van het onderzoek is vooral gericht naar primaten, vooral mensapen. Dit zijn de hoogst ontwikkelde groep van apen, waartoe o.a. de gorilla, de chimpansee en de orang-oetan behoren.

Het eerste probleem bij dergelijk onderzoek: wat bedoelen we met intelligentie? Bij de mens kan men via IQ-testen op een min of meer objectieve manier de intelligentie bepalen. Dit aanpassen naar dieren is niet evident want de IQ-tests voor mensen zijn zeer afhankelijk van de taal, wat uiteraard al een probleem is bij dieren. Dit probeert men op te lossen via de computer. Zo is er een onderzoek met chimpansees in Japan waarbij de dieren symbolen leren herkennen en via drukknoppen met deze symbolen op met hun onderzoekers kunnen communiceren. Merk ook op dat de IQ-test bij mensen afhankelijk is van de cultuur. Een zelfde test toegepast bij mensen uit een verschillende cultuur geeft al andere resultaten.

Hoe leren dieren? Er zijn drie verschillende mogelijkheden die onderzocht worden: door associatie, door imitatie en door inzicht.

1. Door associatie

Voorbeeld bij honden. Geeft de hond een pootje dan krijgt hij een beloning, doet hij zijn behoeftes in huis dan wordt hij gestraft. Wat er gebeurt is dat de hond een verband legt tussen een beloning en een al dan niet gewenste gedrag.

2. Door imitatie

Men ging ervan uit dat leren door imitatie een zeer gemakkelijke manier is om iets te leren. Je kijkt gewoon naar wat een ander doet en je doet het na. Het feit dat kinderen imiteren wil dat dan ook zeggen dat dit een zeer eenvoudige manier is om iets te leren? Dit blijkt niet het geval. We kennen allemaal het voorbeeld van de papagaaien; zij kunnen zeer gemakkelijk woorden nabootsen maar hebben geen benul van de betekenis van de woorden die ze nabootsen. Een ander gekend voorbeeld is het wassen van zoete aardappelen door Japanse makaken. Een groep van makaken werd op een eiland gezet voor onderzoek. Op een bepaald moment is één van die dieren op het idee gekomen om zoete aardappelen, die ze als voedsel kregen, in het zoute water te gaan wassen waardoor de smaak veranderde. Die makaak vond dit blijkbaar lekker en ging steeds vaker dat gedrag gaan tonen en dat gedrag heeft zich in de loop van vier jaar onder de volledige groep verspreid. Dit is altijd als een typisch voorbeeld aangehaald om te zeggen dat dieren via imitatie kunnen leren. De recente visie van leren via imitatie is dat imitatie echter een zeer complex gedrag is, dat getuigt van hoge cognitieve vaardigheden. (vogelzang telt niet mee) Maar recent heeft men alle voorbeelden van leren door imitatie bij dieren eens goed geanalyseerd en is men tot de conclusie gekomen dat er een heel gamma aan alternatieve sociale leerprocessen als verklaring kunnen worden gegeven. Ze hebben allemaal a.o. het volgende gemeen: 1/ voor al die leerprocessen is het belangrijk dat het gedrag dat als imitatie beschouwd wordt op een of andere manier al voorkomt in het gedragsrepertorium van de soort. 2/ de kans dat die handeling kan beloond worden en zo bekrachtigd . Als we terug gaan naar ons voorbeeld van de Japanse makaken en het wassen van de aardappelen, dan zien we dat die bekrachtiging er is want het wassen maakt die aardappelen lekkerder en het wassen van dingen in het algemeen komt spontaan voor in het gedragspatrimonium van die apen. Zet lang genoeg een aap met wat dingen bij water en het zal op de duur in het water belanden. Dus hier kan dus niet meer gesproken worden van leren door imitatie. Het gedrag verspreide zich ook niet snel in de groep, wat een voorwaarde is van imitatie. Het heeft namelijk vier jaar geduurd voor de acht apen op het eiland dit gedrag vertoonden. Dus er kunnen blijkbaar veel gedragingen verklaard worden door andere processen.

Wat is imitatie? Er zijn in de literatuur 22 definities hierover terug te vinden. Bij apen zien we voorbeelden van imitatie bij chimpansees die grootgebracht zijn in een huishouden bij mensen: die beginnen bvb veters te knopen, lippenstift aan te brengen. Chimpansees zijn in staat om relatief eenvoudige handelingen na te bootsen. Typisch bij al deze voorbeelden is het imiteren van gedragingen die niet behoren tot de eigen soort, omdat dit de gemakkelijkste manier is om een bewijs te vinden voor imitatie dat niet ontstaan is door een alternatief leerproces dat behoort tot het natuurlijk gedragsrepertorium van het dier.

Hoe komt het nu dat imitatie zo weinig voorkomt in het dierenrijk? Om te kunnen imiteren moet je de wereld kunnen zie door de persoon die je wil nabootsen (perspectief van een ander kunnen aannemen) en moet je de logische structuur van aan complexe handeling kunnen onderscheiden. Die twee zaken eisen verschillende vormen van inzicht. Inzicht in oorzaken en gevolgen, inzicht in wat anderen weten, denken of voelen en het houdt in dat je acties moet kunnen plannen zonder ze zelf uit te voeren.

Inzicht in mechanische functies is eindelijk begrijpen hoe dingen werken. Dit wordt in het dierenrijk onderzocht aan de hand van werktuiggebruik. Een vogel die een mossel op een steen laat vallen wordt niet beschouwd als werktuiggebruik, maar een steen laten vallen op een mossel wel. We vinden voorbeelden van werktuiggebruik doorheen gans het dierenrijk. Bij primaten vindt je het breedste gamma. Werktuiggebruik is dus niet uniek voor de mens maar bij de mens is het onovertroffen. Wij, als mensen doen de ganse dag niets anders dan omgaan met werktuigen voor allerlei doeleinden. Als het bij alle diersoorten voorkomt is het dan een bewijs van intelligentie ? Het antwoord is volgens Dc Walraven ja op voorwaarde dat we spreken over flexiebel, uitgebreid repertoria van werktuiggebruik. (Nota: dolfijnen hebben door hun anatomie niet de mogelijkheid om werktuigen te gebruiken, maar het is aangetoond dat dolfijnen intelligente dieren zijn). Bij chimpansees in het wild is het volgende vastgesteld: ze zitten bij een voedselbron waar ze niet aankunnen. Ze gaan takken nemen en aanpassen tot ze daarmee aan het voedsel kunnen geraken. Die dieren moeten dus intern een beeld hebben van hoe een bepaald werktuig er zou moeten uitzien. Dit wijst op een bijzondere vorm van cognitieve mogelijkheden. Ook komt het vaak voor dat de dieren op een kilometer afstand een werktuig gaan zoeken dat niet meer moet aangepast worden. Ze hebben dus een representatie van hoe het werktuig er moet uitzien. Er zijn zo een twintigtal vormen van werktuiggebruik die zeer veel voorkomen bij chimpansees in het wild, maar geen enkele soort vertoont ze allemaal. Opmerkelijk is ook dat er en groot verschil is bij werktuiggebruik tussen dieren in het wild en in gevangenschap. Bij vrij levende orang-oetans zijn er maar enkele waarnemingen, bij gorilla’s vindt men zo goed als niets terug van gebruik van werktuigen maar in gevangenschap zien we, wanneer ze de mogelijkheid hebben, ze wel werktuigen gaan hanteren.

3. Leren door inzicht

Men heeft lang gedacht dat leren door inzicht dit iets was dat enkel mensen konden. Onderzoek bij chimpansees heeft aangetoond dat dit niet zo is. Deze dieren werden bijvoorbeeld geconfronteerd met het probleem dat er een lekkernij voor de kooi lag, ze kregen een aantal stokken aangeboden die te kort waren om bij de lekkernij te geraken. Na wat pogingen stopt de chimpansee met zijn pogingen want het lukt niet, het begint in een hoekje te spelen met die stokken en plotseling zet het twee stokken op elkaar en gaat terug achter die lekkernij.

Mensen hebben inzicht in de gedachtewereld van andere mensen. We begrijpen andere mensen, we denken dat we weten wat zij denken. En de vraag is komt dit ook voor in de dierenwereld? Dit is uiteraard zeer moeilijk te bewijzen . Het is bij mensen al een probleem. Wij denken dat iedereen de zaken op dezelfde wijze ziet als wij, maar sinds de ontdekking van het fenomeen kleurenblindheid weten we dat dit niet het geval is.

Een manier om na te gaan of dieren zich kunnen inleven in anderen is het nagaan of ze zichzelf herkennen in de spiegel. Vooraleer je je kan inleven in de gedachtewereld van iemand anders, moet je een onderscheid kunnen maken tussen wie je zelf bent en wie die andere persoon is. Mensen gebruiken al eeuwen de spiegel om zeker te zijn dat ze er goed genoeg uitzien voor de andere persoon. Met andere woorden, we begrijpen ons spiegelbeeld. Dit is dan ook getest in de dierenwereld. Wat gebeurt er als je dieren gaat confronteren met een spiegel? Algemeen stellen we vast dat het dier gaat reageren alsof ze een vreemde soortgenoot zien. Katten gaan bijvoorbeeld klauwen naar hun spiegelbeeld, dan gaan ze zoeken achter het spiegelbeeld en uiteindelijk het spiegelbeeld negeren. Tot nu toe zijn er slechts 4 diersoorten gekend die zichzelf herkennen in de spiegel: chimpansees, bonobo’s, orang-oetan en dolfijnen. Bij gorila’s is men het nog niet zeker.

De cognitieve vaardigheden bij dieren zijn van belang voor het zoeken naar voedsel en voor het leven in sociale groepen. Men gaat ervan uit dat het de combinatie is van deze twee factoren zal zijn die geleidt heeft tot cognitieve intelligentie bij dieren.

Dergelijk onderzoek kan een belangrijke bijdrage geven tot het verbeteren van dierenwelzijn. Naarmate er meer en meer cognitief onderzoek gebeurt, naarmate we meer en meer te weten komen over de intelligentie en bewustzijn bij dieren, zal onze omgang met dieren sterk veranderen.