VEEMARKT ANDERLECHT HOUDT ERMEE OP

Op dinsdag 30 december 2008 werd voor de allerlaatste keer de veemarkt van Anderlecht gehouden. Hiermee verdwijnt een stukje België in de geschiedenis. Er kwam een einde aan de veemarkt omdat die niet meer rendabel was. Het aantal aangevoerde dieren was in de jongste jaren sterk teruggelopen. In 2000 werden er nog 45.800 runderen verkocht. Afgelopen jaar werden er 17.800 runderen verkocht, een gemiddelde van 300 dieren per dag en per dier dat handelaren op de markt aanboden moesten ze € 10 betalen. Bovendien moest Abatan, de uitbater van de veemarkt, fors investeren om in orde te blijven met Europese regelgeving omtrent veemarkten. Europa schrijft voor dat er een vaste omheining moest komen in plaats van de dranghekkens die er nu staan. De veemarkt moest ook volledig afgesloten kunnen worden van de omgeving. Bovendien moet er ook een quarantainestal gebouwd worden waarin zieke dieren afgezonderd kunnen worden. Die investeringen waren in de huidige economische context geen haalbare kaart meer.
De handelaren betreurden dat de markt sluit. Zij moeten nu uitwijken naar andere markten – Brugge of Ciney – en dat betekent langer onderweg en dus extra kosten. De sluiting is ook een droeve bevestiging van wat ze al langer weten: de rundvleessector in België staat onder zware druk.
Jacques Viane, hoogleraar landbouweconomie aan de Universiteit van Gent vindt het spijtig dat de veemarkt verdwijnt. Volgens hem was de markt van Anderlecht altijd dé veemarkt van België. Het was ook een sociaal gebeuren. Boeren en handelaren ontmoeten er elkaar. Ze wisselden nieuwtjes uit over veevoer, over subsidies, over dierenziektes… Voor de terugloop van de aanvoer op de veemarkt ziet hij verschillende oorzaken. Ten eerste is er de Europese regelgeving die de jongste jaren flink wat strenger is geworden. Voor het welzijn van de dieren kwamen er allerhande voorschriften en regels. Daardoor werd het duurder om met runderen naar de markt te gaan. Bovendien wordt ook minder rundvlees gegeten in ons land. Daarbij is er de schaalvergroting in de vleessector. Vroeger had een boer per jaar 10, 20 dieren, nu 100 en meer. Boeren sluiten nu meer en meer rechtstreeks contracten af met slachthuizen en vleesgroothandelaren. De boer maakt minder kosten door rechtstreeks te verkopen en het verlies op de dieren is ook kleiner want ze worden in betere omstandigheden naar het slachthuis gebracht. Maar anderzijds zijn de boeren ook meer en meer afhankelijk geworden van grossiers. Op de markt speelt de wet van vraag en aanbod in zijn zuiverste vorm. Dat bevordert een objectieve prijsvorming. De prijzen die op de veemarkten betaald worden zijn een belangrijk richtsnoer voor de hele sector, zelfs voor de veehandel in onze buurlanden. Grossiers houden rekening met de prijzen van de markt. Als die barometer verdwijnt, is er een probleem. Maar voorlopig kunnen de markten van Brugge en Ciney die rol nog vervullen.
De rundvleessector kan ook overstappen op een systeem van e-marketing. In Groot-Brittannië bestaat het reeds. Boeren zetten foto’s van hun dieren op het net met de kwalificaties erbij. Daarop kan dan geboden worden.

Tags:

Comments are closed.