VEEHANDELAARS PLEITEN VOOR DIERENWELZIJN MET BOERENVERSTAND

 

De typische veehandelaar die enkel nog runderen koopt om ze weer te verkopen, bestaat eigenlijk niet meer. Uit de vroegere vereniging van Oost-Vlaamse veehandelaars groeide in 1994 de VVV, de beroepsvereniging van Vlaamse veehandelaars én vleesproducenten. Het merendeel van de ongeveer 500 leden heeft een eigen stal. “We groeperen eigenlijk fokkers, vetmesters, handelaars en exporteurs”, verduidelijkt Benoit Luycx, secretaris van de VVV. Maar allen hebben ze een band met de veemarkt.
De veehandelaars pleiten voor een aanpak van dierenwelzijn met gezond boerenverstand. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze nooit iemand zullen aansporen om zonder stok een rund van duizend kilo in een vrachtwagen te laden. Er gebeuren al meer dan genoeg ongelukken op de veemarkten. Ze hebben trouwens eens aan Gaia gevraagd om ons te tonen hoe je zo’n beest zonder stok oplaadt. Maar uiteraard komt Vandenbosch niet. Wellicht zou hij van schrik in zijn broek doen als ze hem het zeel van een stier van duizend kilo in zijn handen zouden leggen.
De laatste jaren was het aantal dieren en het aantal veehouders op de veemarkten afgekalfd. Maar nu trekken de prijzen weer aan en de aanvoer op de veemarkten is gestabiliseerd. Omdat boeren weten dat ze opnieuw een goede prijs kunnen bekomen voor het vlees zijn ze weer meer geneigd om naar de veemarkt te gaan.
Op veemarkten is de prijsvorming voor de boeren immers doorzichtig. Bovendien zijn veehandelaars voor de boeren adviseurs die precies weten waar de koeien naartoe moeten. Een dikbil stuur je niet naar een slachthuis voor reforme koeien. De ene distributeur houdt van wat meer vet, de andere verkiest mager vlees. De vraag van Carrefour is ook niet dezelfde als die van Colruyt, ook al kopen ze beiden witblauw in. Door zijn vele contacten kent de veehandelaar al deze circuits als zijn broekzak.
In België zijn nog negen veemarkten, de grootste veemarkten bevinden zich in Ciney en Brugge. Ciney is één van de grootste veemarkten in Europa. Daar worden wekelijks zo’n 3 à 3.500 dieren verhandeld. In Brugge is er twee keer per week een markt, waar wekelijks meer dan duizend runderen van eigenaar veranderen.
Het afschaffen van de veemarkten is voor de veehandelaars uiteraard geen optie en bovendien blijkt dat de boeren zelf die veemarkten in stand willen houden. Dat geldt des te meer voor kleinere landbouwbedrijven die niet in staat zijn grote en homogene vleesloten samen te stellen voor het slachthuis.

Tags: ,

Comments are closed.