Luister niet naar hun woorden, maar kijk naar de daden
Psychologen weten al langer dat onze woorden en onze daden vaak niet met elkaar overeenstemmen. Hun bekende theorie over opvattingen is het A-B-C-model. A staat voor Affectie ( = emotie, wat je gevoelens je over een kwestie ingeven), B voor Behaviour (= gedrag, hoe je opvattingen je handelen beïnvloeden) en C van Cognition ( = kennis, wat je weet van de zaak). Soms werken deze drie componenten alle drie in dezelfde richting.
Zo kan iemand onder de indruk komen van het lezen van het boek Animal Liberation van Peter Singer ( boek dat een filosofische en logische verklaring probeert te bieden waarom o.a. eten van vlees ethisch niet zou kunnen). Dit boek kan zo’n indruk nalaten dat het die persoon volledig overtuigt bij het lezen. Dan zal die persoon, in de weken die volgen op het lezen van deze logische verklaring, alsnog proberen argumentatie te vinden om die redenering te weerleggen. Als hij na enkele weken echter geen goede tegenargumenten vindt wordt hij er zelf ook van overtuigd ( een cognitieve verschuiving) dat hij moet stoppen met vlees eten (een verschuiving in gedrag). Bij deze persoon kan dit zelfs zo ver evolueren dat de volgende keer dat hij vlees op een barbecue ruikt, hij reageert met walging (een emotionele verschuiving). Het lezen van het boek heeft de persoon dus meegevoerd in een proces waarin zijn gedrag, zijn denken én zijn emoties elkaar wederzijds versterken. Dergelijke mensen worden vervolgens ethische vegetariër . Het feit dat mensen zich vervolgens gaan gedragen volgens hun overtuiging verdient een zeker respect, zolang ze anderen hun overtuiging niet willen opdringen.
Maar dergelijke mensen zijn echter uitzonderingen. De meeste mensen lezen geen filosofische boeken of artikels pro dierenrechten. En bij zij die zo’n boeken of artikels wel eens lezen volgt niet automatisch dat zij overtuigd geraken . In tegendeel ! Voor mensen die vaak met dieren omgaan zijn dergelijke filosofische artikels met de roep om “dierenrechten” simpelweg het symptoom van een volledige vervreemding van dieren en van de natuur.
Maar de meeste mensen lezen dus geen filosofische artikels rond het gebruik van dieren. En de meesten lijken zich ook niet druk te maken over de tegenstrijdigheden in hun omgang met dieren. Diverse studies onder Amerikaanse volwassenen kwamen telkens opnieuw tot de vaststelling dat 47 procent van de ondervraagden akkoord is met de stelling dat ‘In alle belangrijke opzichten dieren net als mensen zijn’. Voor België zal dit cijfer wellicht niet anders zijn. Maar vinden dat mensen en dieren gelijk zijn heeft echter verrassend weinig effect bij de meeste mensen op hun standpunt over het gebruik van dieren. De helft van hen die zeiden dat dieren ‘net als mensen’ zijn, was toch voorstander van proefdieren in biomedisch onderzoek. En negentig procent van zij die stelden dat dieren ‘in alle belangrijke aspecten’ gelijk stonden aan de mens aten regelmatig vlees en hebben daar geen problemen mee.
Hoe kunnen mensen er zulke overduidelijke tegenstrijdige opinies op nahouden? De meeste standpunten die mensen over de omgang met dieren innemen zijn wat psychologen ‘non-attitudes’ of ‘lege attitudes’ noemen. Zo’n standpunt is een oppervlakkige verzameling van grotendeels ongerelateerde en op zichzelf staande opinies. Maar geen coherent stelsel van overtuigingen dat we bijvoorbeeld zien bij overtuigde morele vegetariërs.
Deze ‘lege attitudes’ vormen de verklaring waarom actiegroepen voor dierenrechten geregeld met opiniepeilingen kunnen zwaaien waaruit zou blijken dat een hoog percentage van de bevolking hun standpunt deelt rond bepaalde thema’s. Het is belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn en dat we ons hierdoor niet laten intimideren. Andere onderzoeken hebben immers herhaaldelijk aangetoond dat een overgrote meerderheid van mensen akkoord is met de stelling dat ‘mensen dieren mogen gebruiken voor eigen belang als deze dieren goed gehouden worden’.
Gezien de meeste mensen rond de omgang met dieren er diverse, op zichzelf staande opinies,op nahouden moeten we er met z’n allen naar streven om ook de opinie van BROK maximaal onder de bevolking te verspreiden. Deze is dat een goede wetgeving rond dierenwelzijn er één is die economie, ecologie en dierenwelzijn maximaal met elkaar verzoent. Enkel extremisten willen dat het ene een absolute voorrang heeft op het andere. En verder is het een ieders vrije keuze om bepaalde dierlijke producten al dan niet te gebruiken. Dierenactivisten hebben hun keuze op vrije basis kunnen maken. Deze vrije keuze moeten ze ook aan anderen laten.


