Ethisch fanatisme

Eind mei vond in Wetteren een gewelddadige actie plaats van het Field Libertion Movement. Op het eerste gezicht leek het een gevecht in regel tegen de politie, dan weer een bestorming van dranghekkens door voetbalhooligans, gevolgd door brutaal geweld tegen weerloze krielaardappeltjes. En er was zelfs een simpele bij die niet weet dat je het zout op de frieten doet na het bakken, en niet bij het planten. Oppervlakkig gezien dus een chaotische actie in beste Belgisch-surrealistische stijl. Ceci n’est pas de la violence. De actie was in feite gericht tegen een wetenschappelijk onderzoek met genetisch gemanipuleerde aardappelen. Volgens de activisten had deze actie tot doel het aanzwengelen van een debat.

Wie tussen de regels door leest stelt vast dat in de gedachtegang en argumentatie van deze actievoerders een zekere gelijkenis zit met het Animal Liberation Front. In feite hebben we hier in beide gevallen te maken met ethisch fanatisme. We zien dat dit het ethisch bewustzijn bij deze activisten zo vernauwt dat het zelfs een bron wordt van geweld tegenover mensen (en hun eigendommen) die er een andere visie op nahouden. Dit soort activisten stelt dat ze met hun acties een ethische zaak dienen en de medemens willen aanzetten tot debatteren. Maar in de discussie, naar aanleiding van de recente actie van het Field Liberation Movement, lag het accent in de media niet op de vraag of het al dan niet verantwoord is een wetenschappelijke onderzoek met genetisch gemanipuleerde aardappelen uit te voeren. De vele aandacht in de media ging naar de vraag of dergelijke gewelddadige acties te verantwoorden zijn. Ook wanneer dierenrechtenactivsiten in het verleden nertsen loslieten of Mac Donaldrestaurants in brand staken ging de discussie hoofdzakelijk over de vraag of dergelijke actie te verantwoorden zijn. De vele negatieve reacties, die mensen achterlieten op de facebookpagina van deze ‘veldbevrijders’, zouden deze activisten moeten doen inzien dat hun actie bij het grote publiek niet in goede aarde viel. Een tevens zouden ze kunnen vaststellen dat de reacties zelden over de grond van de zaak gingen. Ze slaan dus de bal mis.

Maar heeft dit soort fanatici wel interesse voor een debat ten gronde? De vaststelling dat actievoerders een zuiver wetenschappelijk onderzoeksproject willen verhinderen doet alvast vermoeden dat ze niet echt open staan voor een compromis. Welk rationeel denkend wezen, kan er nu tegen wetenschappelijk onderzoek zijn? De resultaten van zo’n onderzoek kunnen net de basis vormen voor een gefundeerd debat.  Maar wie de literatuur van dit soort mensen doorneemt beseft snel dat de meesten onder hen simpelweg geen interesse hebben in het debat en het zoeken naar een compromis. Deze fanatici redeneren dat, bij het zoeken naar een compromis, men dreigt terecht te komen in een relativering van wat zij als ‘het kwaad’ omschrijven. En met ‘het kwaad’ sluit je geen compromis, dat moet je bestrijden.

Als je jezelf kan overtuigen dat je vecht tegen ‘het kwaad’, is het hek van de dam. Je kan dan overgaan tot burgerlijke ongehoorzaamheid, de wet overtreden en andermans eigendom vernielen. Als je gesnapt wordt, ben je geen crimineel maar een held, je bent een vrijheidsstrijder!

Bepaalde wetenschappers gaan in discussie met dergelijke activisten en stellen zich daarbij soepel en constructief en begripvol op in de hoop dat de activisten, daardoor gecharmeerd, dan ook soepel en constructief zullen ageren. Als je de denkwereld van deze fanatici kent dan besef je dat dit een volstrekt ijdele hoop is. Een gesprek met ethische fanatici is, in het beste geval, vruchteloos; in het slechtste geval bezorgt het de activist ammunitie om de ongeïnformeerde luisteraar of kijker dichter bij hun einddoel te brengen: mensen overtuigen van ‘het kwaad’ en de noodzaak dit ‘kwaad’ te bestrijden.

Ook het feit dat dergelijke organisaties zichzelf ‘bevrijdingsorganisaties’ noemen zegt veel over de denkwereld  en zienswijze van deze mensen. Een ‘bevrijdingsorganisatie’ heeft zijn bestaansrecht wanneer we te doen hebben met een dictatuur die vrije meningsuiting en oppositie voeren verbiedt. Dan is alleen gewelddadig verzet nog mogelijk.  Maar er is in ons land geen onderdrukking van de vrije meningsuiting en er is geen verenigingsbeperking. Wie het niet eens is met bepaalde dingen in onze maatschappij en  maatschappelijke veranderingen nastreeft, die bewandelt de normale democratische weg en gaat via verkozen parlementsleden die aan hun kiezers verantwoording moeten afleggen.

Het simpele feit dat mensen in een democratische maatschappij hun organisatie als een ‘bevrijdingsorganisatie’ omschrijven toont reeds aan dat ze zelf beseffen dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor hun einddoel.

Tags: ,

Comments are closed.