INTENSIEVE VEEHOUDERIJ BIEDT OPPORTUNITEITEN
2010 is het jaar van de biodiversiteit. Voor organisaties als Ecolife en EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) een gelegenheid om het uitsterven van planten- en diersoorten op onze planeet in de schoenen van de vleesetende medemens te schuiven.
De stijgende wereldbevolking veroorzaakt een grote druk op het milieu. Maar EVA en Ecolife wijzen ook op de toename van het vee. “Voor elke mens lopen er meer dan drie landbouwdieren rond op aarde”, maken zij de rekening. “De kippen zijn met 17 miljard in de meerderheid. Het gewicht van de 1,5 miljard runderen overtreft dat van de menselijke bevolking. En dan hebben we het nog niet over het miljard varkens en de 1,9 miljard schapen en geiten”, zeggen EVA en Ecolife.
Om de gevolgen van die overbevolking aan te kaarten, citeren beide organisaties gretig uit het rapport ‘Livestock’s Long Shadow’ van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO): “het ziet er naar uit dat veeteelt wel eens de belangrijkste speler zou kunnen zijn in het verlies aan biodiversiteit, aangezien het de grootste oorzaak is voor ontbossing en één van de belangrijkste oorzaken voor landerosie, vervuiling, klimaatverandering, overbevissing (…)”.
Twee wetenschappers van het Departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit, de Nederlandse wetenschappers Johan Arendonk en Mart de Jong vinden evenzeer dat er iets moet veranderen . Maar zij zien juist in de intensieve veehouderij wel de oplossing van vele problemen. “Alleen een intensieve veehouderij kan de groeiende wereldbevolking voeden binnen de draagkracht van onze planeet“, zeggen deze wetenschappers.
Ook Arendonk en de Jong verwijzen naar de bovenvermelde wereldvoedselorganisatie FAO. Deze wijst op de noodzaak om de voedselproductie de komende jaren verder te doen toenemen om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden. “Het voeden van de wereldbevolking vraagt ontegensprekelijk een vorm van veehouderij waarin grondstoffen op een efficiënte manier worden omgezet in voedsel voor de mens”, concluderen beide wetenschappers. “Alleen door het terugdringen van verliezen en een verbetering van de efficiëntie is het mogelijk om voldoende voedsel te produceren en tegelijkertijd de gevolgen voor het milieu te beheersen. Een zorgvuldige intensieve veehouderij biedt de meeste kansen om voldoende voedsel te produceren en tegelijkertijd de ecologisch footprint te reduceren”, aldus de wetenschappers. De veehouderij zet immers plantaardige grondstoffen, gras en afvalstoffen die vrij komen bij het maken van allerlei plantaardige producten voor menselijke consumptie (suiker, soja, olijfolie, bier…), om in voor menselijke consumptie geschikte vlees- en zuivelproducten. Bovendien kunnen meststoffen uit de veehouderij bijdragen aan biogasproductie en zijn het waardevolle grondstoffen voor de akker- en tuinbouw.
De wetenschappers stellen dan ook: “Met behulp van technologische doorbraken kan de intensieve veehouderij op een zorgvuldigere manier worden ingevuld. Dat wil zeggen met zorg voor milieu, volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn. Goed vakmanschap van de veehouder kan worden ondersteund met technologische hulpmiddelen en wetenschappelijke kennis . Een intensieve vorm van veehouderij levert zo een bijdrage aan het voeden van de groeiende wereldbevolking binnen de draagkracht van onze planeet“.
Dit weerspiegelt perfect de stelling die BROK reeds enkele maanden geleden op het internet publiceerde: http://www.brok.be/1648/vlees-eten-zonder-schuldgevoel/



