Vlees eten zonder schuldgevoel
Het is al Kopenhagen en klimaatopwarming dat de klok slaat. Daarbij wordt geregeld door de media gewezen op de CO2-uitstoot bij vleesproductie. En organisaties als gaia en EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) proberen volop vleeseters (98% van de bevolking) met een schuldgevoel op te zadelen. Tobias Leenaert van EVA stelt:” Veertig procent van de wereldwijde graanproductie wordt besteed aan het voederen van dieren, op een moment dat elke dag 25.000 mensen sterven van honger.”
De Boerenbond trekt die cijfers in vraag.“Vaak wordt de veeteelt in Vlaanderen verantwoordelijk geacht voor 18 procent van de broeikasgassen, andere studies komen tot slechts 5 procent. Onderzoek van de Vlaamse overheid concludeert dat de héle land- en tuinbouw slechts verantwoordelijk is voor minder dan 10 procent van de broeikasgassen. CO2 vormt een veel groter probleem… Herkauwers zetten graslanden die onbruikbaar zijn voor andere doeleinden om in voedsel, vlees dus. Niet onbelangrijk als je weet dat 26 procent van het landoppervlak bestaat uit grasland”.
Probleem is dat organisaties als gaia en EVA zelfverklaarde ‘ethische’ jongens zijn die het gebruik van dieren voor menselijke doeleinden willen bannen en enkel oog hebben voor dit éne aspect. Het is niet verkeerd dat één-puntsdrukkinggroepen de aandacht vestigen op dingen waaraan anders wel eens zou kunnen voorbij worden gegaan. Maar de informatie en zeker de oplossingen die vanuit dergelijke hoek komen kunnen niet anders dan wereldvreemd zijn. Wie de zaak objectief bekijkt beseft dat er nood is aan een balans tussen dierenwelzijn, ecologie en economische belangen.
De extensieve veeteelt waardeert grasland op tot eetbaar voedsel. De intensieve veeteelt waardeert de nevenproducten die bij de voedselproductie ontstaan op tot eetbaar voedsel. Een goed evenwicht tussen vlees en andere levensmiddelen levert netto het minste pollutie op! Vlees bannen levert een gigantische afvalberg op zonder enige meerwaarde, en maakt het noodzakelijk natuurgebied op te offeren aan landbouwgebied, als we dezelfde voedingswaarde langs de vegetarische weg willen behalen.
In tegenstelling met wat de milieulobby beweert wordt er nul kilo sojabonen aangeplant om dieren te voederen. Het is hem om de soja-olie te doen, waarvan de vraag door de keuze voor bio-diesel nog wordt aangezwengeld. Een liter olie levert twee kilo schroot op. Zelfs als een deel daarvan zou kunnen gebruikt worden om ons allen op een tofu-dieet te plaatsen, dan nog blijft er een zeer groot onverteerbaar overschot, dat enkel kan dienen als dierenvoer of voor kompost. We zitten al met een overschot aan kompost door de selectieve huisvuilophaling, dus heeft het meer zin om dit om te zetten naar vlees.
Hetzelfde geldt voor de bietenpulp die overblijft na de productie van suiker, de schillen en pulp van sinaasappels, het overschot aan wei uit de kaasproductie, schillen en afval van de frietjes en chips, gistoverschot van de bierproductie, …
Daarnaast is er het verschil tussen vraag en aanbod. De kweker mikt naar een zekere opbrengst, zodat er in een ‘slecht jaar’ voldoende opbrengst is. Maar als het jaar beter meevalt is er een overschot. Voor de boer eigenlijk een ramp, want de prijzen storten in, en uiteindelijk raakt hij niet meer uit de kosten. Op dat moment kan de veeteelt dienen als buffer. Laat rund en varken de overschotten benutten, en houd ze wat langer in leven. Als het jaar daarop er een voedselgebrek dreigt, kan de veestapel weer wat afgebouwd worden, en hoeft er niemand honger te lijden. Een aspect dat elke boer kent, maar dat de stedeling natuurlijk ontgaat. Doordat alle voedselsoorten het jaar rond te krijgen zijn, realiseert men zich niet meer dat er een hele planning nodig is om dit gedaan te krijgen.
Er is een hele bio-industrie ontstaan rond het verwerken van deze nevenstromen die onlosmakelijk verbonden zijn aan de voedselproductie, en die ook zouden bestaan in een 100% vegetarische wereld. Benutten in de intensieve veeteelt is vandaag de meest rendabele oplossing. Natuurlijk is de som van deze nevenproducten niet in de juiste verhouding om tot een evenwichtig voedsel te komen dat voor vee geschikt is. Er is ongeveer een gelijk volume nodig aan andere gewassen zoals voedermaïs, klaver en hooi. Deze producten worden dan effectief geteeld om vee mee te voederen, maar de vraag ernaar wordt gedreven door de plantaardige kant van de voedselproductie. Pleiten voor een vleesloze samenleving is dus pas echt verspilzucht.
En als we verder kijken zijn er nog meer mogelijkheden. Zonder dierlijke mest geen champignons. Uit de mest van de veeteelt kan men via een vergisting-installatie methaan halen voor de productie van energie en warmte. Wat daaruit als residu overblijft is een reukloze meststof die niet alleen geschikt, maar zelfs broodnodig is voor de landbouw, waar het dure kunstmest vervangt. Een deel van het slachtafval dat ongeschikt is voor menselijke consumptie kan gebruikt worden in de pelsdierenhouderij voor de productie van pels. In Europa alleen al wordt jaarlijks circa 1 miljoen ton restafval dat afkomstig is van pluimveehouderijen, visverwerkende bedrijven en slachthuizen gerecycleerd als diervoeder in de pelsdierenhouderij en zo omgezet tot het natuurproduct bont. De door sommigen verguisde bontsector is niet alleen een elegant deel van de oplossing, op Europees niveau is ze ook nog eens goed voor zo’n 150.000 arbeidsplaatsen. Pels heeft bovendien een zeer lange levensduur en het is kleding die daadwerkelijk gerecycleerd wordt omdat het een kostbaar materiaal is. Oude pelskleding kan volledig gedemonteerd worden en herwerkt worden in een actueel model, of als voering in een regenjas.
Er is in feite maar één realistische oplossing. Dit is met een zo breed mogelijke kijk op de zaak zoeken naar een goed evenwicht tussen vlees en andere levensmiddelen, maar ook tussen de voedselproductie in het algemeen en andere noden zoals warme kleding, energie en verwarming. Dit zal netto het minste pollutie opleveren. De bedoeling moet uiteindelijk zijn onze levensstandaard te verbeteren, niet ons te reduceren tot lichamen die moeten gevoed worden met zoveel calorien en zoveel proteinen per dag. Genieten van goed eten is een belangrijk deel van genieten van het leven.


