DE HERPETOCULTUUR IN VLAANDEREN

 

Wat is herpetocultuur?
Herpetocultuur is een hedendaags woord voor de hobbybeleving van de terraristiek: het terrariumhouden. Omstreeks 1890 ontwikkelde het terrariumhouden zich in Europa bij particuliere ‘gegoede’ onderzoekers. De eerste uitvoerige publicaties van het houden en kweken van bepaalde soorten slangen (genus Elaphe) verschenen einde 19e – en begin 20ste eeuw (Von Fischer 1884, Tomasini 1894, Popp 1925).
De historische terraristiek kenmerkt zich door de voor dit tijdperk eerder gebrekkige, experimentele en weinig controleerbare microklimaat-omgevingen, waarbij getracht werd de leefwijze en de behoeften van de (terrarium)dieren te doorgronden.
Er werd pionierswerk verricht.
De helft van de 20ste eeuw kwamen via massa-importen diverse soorten op de (particuliere) markten. Tot ongeveer einde 1970 werden zelfs op de Antwerpse ‘vogeltjesmarkt’ diversen exoten als kaaimannen en boa’s (naast vogels) verhandeld. De ‘tuin- en waterschildpadhandel’ bleef nog langer bestaan. Deze spijtige en louter commerciële ontwikkelingen hebben geen enkel uitstaans met de herpetocultuur.
Hiernaast en parallel ontwikkelden diverse (ernstige) particuliere liefhebbers, dikwijls verenigd in een v.z.w., de kennis om de dieren levend te houden en aansluitend de kweekmethoden met terrariumdieren. Zo was de welzijnscyclus rond. En vond het begin van een zekere vorm van domesticatie plaats, althans in het begin voor een aantal soorten (korenslangen, tijgerpythons, luipaardgecko’s…).
Terrariumdieren (de koudbloedigen) zijn: (exotische) insecten en spinnen, amfibieën en reptielen.
De vele ervaringen vervat in de publicaties van deze liefhebbers legden ook de basis voor de hedendaagse herpetocultuur en vormen ook een basiskennis voor de zoölogische instellingen, inzake deze dieren.
Deze 21ste eeuw heeft de terraristiek reeds vele geheimen prijsgeven. Uiteenlopende diergroepen worden vlot nagekweekt. Ook een nieuw fenomeen heeft zich reeds vele jaren gevestigd: de gecontroleerde kweek van gewone kleurmutaties (bijv. albinisme) en de ‘designer’ kleurmutaties. Er kan en mag gesproken worden over een echte domesticatie van een nieuwe groep diersoorten.

Hoe situeert deze liefhebberij zich in Vlaanderen?
De twee belangrijkste verenigingen zijn de “BELGISCHE VERENIGING VOOR TERRARIUMKUNDE EN HERPETOLOGIE” (opgericht 1963), afgekort: Terra vzw en de “BELGISCHE BOND VOOR AQUARIUM- en TERRARIUMHOUDERS” (opgericht 1949), afgekort: BBAT vzw. Zij brengen de kennis van ruim 6000 leden in Vlaanderen samen. Ook andere Vlaamse verenigingen werden opgericht, zoals bijv. OTV Anolis vzw (Oost-Vlaanderen) en Serpentes en BOA vzw (Gent en omgeving), Spinnen in terraria vzw (Maarkedal) enz…
Het tal van herpetoculturisten die niet aangesloten zijn bij een vereniging zal nog vele malen hoger zijn.
Vlaanderen kent duizenden liefhebbers (kwekers) van geheel ongevaarlijke, rustige, boeiende kleurrijke en leerrijke insecten en spinnen, amfibieën en reptielen! Vlaanderen geeft dus ook een onderdak aan (tien)duizenden exoten, al dan niet gekweekt op eigen bodem..
Sommige Vlamingen onderscheiden zich internationaal. Een voorbeeld: dHr. Emmanuel Van Heygen (Mechelaar) is manager van Exo-Terra, hij neemt de productontwikkeling en promotie van herpetocultuur-techniek voor een wereldwijde markt voor zijn rekening (zie www.exo-terra.com) . Hiernaast is hij ook internationaal actief op het vlak van de soortenbescherming. Phelsuma vanheygeni (Lerner, 2004) is een recent ontdekte daggecko genaamd naar dHr. E. Van Heygen.
Lutz Weymans is eveneens een Vlaming, die uitgeweken is naar Duitsland om er Namiba Terra op te richten, een onderneming die meer dan 800 zoölogische producten herbergt, maar deze ook zélf ontwikkelt (zie www.namibaterra.com ).
Europees verantwoordelijke voor verkoop en educatie van de befaamde Amerikaanse zoölogische toebehorenleverancier ZOO-MED is Rik Van Tiggel ( www.zoomed.com ).
Het is geen toeval dat zoveel Vlamingen zich onderscheiden op het herpetoculturele vlak. Het is ons meegegeven.

De publieke opinie over het terrariumhouden wordt in Vlaanderen gekleurd
De opinie over de terrariumliefhebberij wordt op een subjectieve en onkundige wijze ‘gemaakt’ door de media, soms aangevoerd door een extreme dierenrechtenorganisatie.
Zelden of nooit haalt de herpetocultuur objectieve of positieve pers. Ook de televisiemakers spelen het (ten onrechte) slechte imago van de gedoodverfde ‘gevaarlijke’ terrariumdieren maar al te graag (en vaak, minstens 1x per 14 dagen) uit in diverse programma’s. Dit treft geen schuld aan de dieren of de houders.
Een schare ‘niet-voor-de-hobby-representatieve-terrariumhouders’ worden door het populistische duidingsmedia-netwerk haast perfect uitgekozen om onze hobby figuurlijk te bekladden. Net zoals elke voetballiefhebber als een hooligan zou worden voorgesteld.
Hierdoor wordt deze liefhebberij globaal als ‘een probleem’ ervaren en dient volgens sommigen’gestopt te worden’.
Men (de media) kent de échte hobby niet en wil deze ook niet kennen, wegens gebrek aan mediaspektakel. Ook al treft het echt geen werk van lange adem om de realiteit te zien achter de terrariumliefhebberij.
Steevast wordt een ‘leguaan op schoot’ of een ’slang in de huiskamer’ zoals de media dit betitelen verkondigd als een (spijtige) rage.
Gezien de historische ontwikkelingen van de terraristiek, ook in Vlaanderen is dit helemaal niet juist. Herpetocultuur bestaat al minstens 100 jaar!
Leerkrachten geven ook vaak verkeerde kennis door aan de leerlingen. Een kind dat wel de realiteit kent van deze hobby heeft het vaak heel moeilijk om de gekleurde opinie te weerleggen. Dit zowel bij de leerkracht als bij de medeleerlingen.
Voorbeelden van een dergelijke ‘kleuring van gedachten’ zijn er legio: ondermeer de Humo reportages van 2003 , de telefacts uitzendingen (o.m. 12-09-2005)…

Welke wetgevingen zijn van toepassing (in casu Vlarem)
Diverse wetgevingen regelen de herpetocultuur.
Ondermeer: C.I.T.E.S, de conventie van Bern, de dierenwelzijnswet en op het Vlaams niveau het Vlarem.
Het Vlarem deelt het houden van 1 reptiel t/m 30 stuks reptielen in als meldingsplichtig (Vlarem klasse 3).
De meldingsplichtige reptielen zijn: de niet-giftige hagedissen (leguanen, agamen, varanen, gecko’s, …) en slangen (boa’s, pythons, colubriden).
Vanaf het 31ste exemplaar is de collectie vergunningsplichtig (Vlarem klasse 2).
Vanaf 1 dier zijn krokodillen, gifslangen en dieren die door hun gedrag of giftigheid een gevaar inhouden vergunningsplichtig (Vlarem klasse 2). Gevaarlijke dieren dienen terecht te worden ingedeeld.

Waarom heeft een indeling in het Vlarem voor het (particulier) houden van deze (ongevaarlijke) terrariumdieren weinig zin?
In regel is het Vlarem bij de particulier onbekend, zeker de verplichting om de ‘melding van een reptiel’ te doen.
Een minderheid is dan ook in regel met zélfs de laagste te nemen Vlaremdrempel: de meldingsplicht.
Wanneer bijv. de gemeenten van de provincie Antwerpen al haar meldingsplichtige en vergunningsplichtige reptielenhouders zou geacteerd/vergund hebben, dan zal de statistiek ongetwijfeld uitwijzen dat de vaakst voorkomende particuliere inrichting ‘het houden van reptielen’ is. Dit zal ook voor de andere gemeenten van de rest van de Vlaamse provincies opgaan.
De officiële aantallen meldingen en vergunningen voor reptielenhouders zullen ook met het aantal echte bedrijven kunnen wedijveren.
De toepassing/ingang van het Vlarem voor de herpetoculturisten is in de praktijk eigenlijk dode letter.
Degene die wel aan de decretale Vlarem verplichtingen wil voldoen, staat dikwijls een berg moeilijkheden te verwachten
, die verder doet afzien van officiële stappen.
Ook het melden van een klasse 3, wat een uiterst simpele procedure is, wordt dikwijls een te leveren veldslag. Hiervan zijn reeds vele getuigenissen.
De kroon op de hobby ‘herpetocultuur’ is het kweken met de dieren. Kweek is de regel en niet de uitzondering. Verenigingen registreren hun nakweek als de leden deze opgeven.
Een kweker zal met slechts vijf a tien ouderdieren steevast de drempel van 30 stuks totaal overschrijden (wanneer het aantal nakweekdieren bijgeteld wordt) en wordt dus klasse 2.
Het gegeven van jaarlijks (tien?)duizenden terrariumdieren nakweek is geen fictie!
Een dualistisch feit is het geven dat de internationale en federale wetgeving het behoud van de soortenrijkdom in het natuurlijk milieu beoogt, de handel in bedreigde dieren beschermt, het welzijn van dieren in gevangenschap beoogt (en deze dus onder gunstige omstandigheden zullen kweken); dat het Vlarem juist de hypotheek legt onder dit resultaat door het opleggen van relatief ingewikkelde vergunningsprocedures; maar vooral de z.g.a onmogelijkheid van het bekomen van een klasse 2 vergunning van een overheid (om irrationele redenen).
Het afleveren van vergunningen wordt meestal door de administraties (ongemotiveerd, tenzij bij opname van irrationele ‘getuigenissen’) geweigerd.
Steevast leidt een openbaar onderzoek voor een klasse 2 in de reptielenliefhebberij tot dwaze inhoudelijk irrationele petities van buurtbewoners.
Ook geven de adviesverlenende administraties veelal een negatief advies aan de vergunningverlenende overheid.
Deze adviezen luiden (veelal):

  • onmiddellijke gezondheidsdreiging voor de in- en omwonenden
  • dergelijke inrichting enkel duldbaar mits strenge voorschriften en alleen toe te staan voor educatieve en/of wetenschappelijke inrichtingen
  • lawaaihinder, geurhinder…
  • onbeheersbare neveneffecten voor de mens, natuur, water, bodem…
  • onverenigbaarheid met de woonfunctie
  • de houdbaarheidsvereisten voor het houden van deze dergelijke dieren kunnen door een particulier niet geboden worden, dit is enkel mogelijk in een zoölogische instelling
  • de inrichting dient onder een permanent toezicht te staan en dit kan niet worden gegarandeerd
  • te weinig tijd om een door een petitie bezwaarde aanvraag tot rationele inkeer te brengen
  • ontsnappingsgevaar en gevolg exoteninvasie in de omgeving

Vanzelfsprekend worden de voorliggende adviezen niet bewezen, of nog minder getoetst aan de realiteit van de herpetocultuur. Niet 1 advies is in overeenstemming te brengen vanuit de praktijk gesproken.
Het is het schrijnend resultaat van een vorm van bureaucratie waar volgende ongeschreven regel geldt: de herpetocultuur dient te worden bestreden.
Beroepsprocedures bij een bestendige deputatie bevestigen dit verhaal. De particuliere houder die in regel wil (of moet) zijn met het Vlarem verliest, en verliest daarmee ook het vertrouwen in het systeem van de overheid.

Herpetocultuur is een echte (internationale) hobbycultuur
Elders maar dichtbij, bijv. Nederland of Duitsland, leidt de herpetocultuur een heel ander leven. De notabelen aldaar durven ook met deze hobby naar buiten komen. Zélfs het particulier houden van (gevaarlijke) gifslangen wordt in Oostenrijk, Duitsland en Nederland geduld door de overheid.
Dhr. Johan De Smedt auteur van het boek “Die europaïschen Vipern (Artbestimmung, Systematik, Haltung und Zucht) is een Vlaming die voor zijn liefde van de Europese adders moest uitwijken naar het Duitse Füssen om aldaar een gelukkiger leven te vinden, mét zijn adders.
Er worden talloze beurzen van terrariumdieren ingericht in heel Europa, beurzen vinden een wereldwijde ingang en massale bijval.
Op deze beurzen (ook in Vlaanderen) vinden alle nationaliteiten elkaar en worden door particuliere kwekers de exoten uitgewisseld.
Een soortgelijke uitwisselingscultuur bestaat ook bij de exotische vogelliefhebberij.
Particulieren houden lezingen over de herpetocultuur, doen vaak langdurig onderzoek, leiden beschermingsprojecten voor herpetofauna, bieden hun kennis en resultaten van onderzoek aan, wisselen ideeën en materialen uit en gaan voorbij de cultuur- en taaldrempels met hun herpetologische contacten.

Internet democratiseert de kennis, ook de herpetocultuur
Wanneer men over de Internetkennis spreekt, kan en mag men de vele honderden kwalitatieve publicaties van boeken en tijdschriften niet vergeten.
Een voor zichzelf sprekend voorbeeld van de herpetologische boekencultuur kan men vinden via het internet: www.chimaira.de .
Volgende internetsites bieden een goede impressie over de herpetocultuur
Terra vzw (Belgische vereniging, bestaat 42 jaar): www.terravzw.org
De grootste ‘online community’ voor herpetoculturisten: www.kingsnake.com
Lacerta (Nederland, bestaat 60 jaar): www.lacerta.nl

Tot slot
De herpetocultuur is (ook in Vlaanderen) iets geheel anders dan wat menigeen denkt of vreest. Het is géén duistere cultuur vol gevaren of imagobuilding van malafide borderliners.
Niet elke Vlaming dreigt te sterven of loopt steevast een trauma op wanneer de buurman een terrariumliefhebber is. Ongevaarlijke insecten, spinnen, amfibieën en reptielen, waarvan tienduizenden stuks jarenlang worden gehouden en gekweekt, leveren empirisch bewezen géén enkel gevaar op.
De statistiek kan ditzelfde niet vertellen van wat men eerder onder ‘normale huisdieren’ verstaat.
Herpetocultuur is een gevestigde hobbycultuur in Europa en de hobby van menig Vlaming, jong en oud, ongeacht rang of stand. Het betreft géén rage.
Hopelijk zal deze inleiding resulteren in begrip voor – en kennis over de Vlaamse herpetocultuur en wil de Vlaamse minister voor Leefmilieu verdere besprekingen over het Vlarem mogelijk maken.
( Bron: Frank de Groot – herpetoculturist – 13/01/2006)

Tags:

Comments are closed.