IJveren voor een dierenrechtenbeleid in de derde wereld?

De Geus maart 2009

Kunnen we als rijke westerlingen eisen dat ook in arme landen, waar grote delen van de bevolking onder het bestaansminimum leven, middelen worden geïnvesteerd in het welzijn van dieren? Of hebben dieren minder rechten dan mensen en moet er pas voor dierenrechten geijverd worden als alle mensen vrij zijn?

“Dierenrechten” staat voor een persoonlijke filosofische keuze en betekent volgens de principes van de dierenrechtenbeweging dat de mens geen dieren mag gebruiken voor menselijke doeleinden zoals voeding en als lastdier. De wereld telt 1,3 miljard boeren. Tweehonderd miljoen landbouwers bezitten een ploeg, dertig miljoen een tractor. Een boer zonder trekdier kan slechts één hectare grond bewerken en één ton graan oogsten. Boeren met door trekdieren getrokken werktuigen halen vijf hectare. Gaan we nu rechten voor trekdieren invoeren die betekenen dat een paar honderd miljoen boeren die zich geen tractor kunnen veroorloven voor hun inkomen moeten terugvallen op één hectare grond?

Het idee om aan dieren “rechten” toe te kennen zal simpelweg niet opkomen bij arme mensen in ontwikkelingslanden die zelf instaan voor de productie van voedsel en die zelf hun dieren slachten. Deze keuze is een luxe die ze zich ook niet kunnen veroorloven omdat de omstandigheden ze dat gewoon niet toelaat.

Maar dit is een vals argument, in die zin dat als men bovenstaand antwoord omkeert, men tot de stelling komt dat wij, rijke westerlingen, in onze luxe-situatie van ‘totale vrijheid’, juist wel voor dierenrechten zouden moeten kiezen. Dit is natuurlijk een redeneringsfout (‘uit A volgt B’ omgekeerd levert niet noodzakelijk ‘uit B volgt A’), maar wel een denkfout die vaak wordt gemaakt door voorstanders van dierenrechten.

Naast “dierenrechten” is er ook “dierenbescherming”. Onder invloed van de dierenrechtenbeweging is de betekenis van het woord “dierenbescherming” de laatste twintig jaar echter uitgehold. Wanneer je recente uitlatingen in de kranten naleest en bepaalde televisieprogramma’s bekijkt dan kom je tot de vaststelling dat “dierenbescherming” ook gebruikt wordt in de betekenis van de totale bescherming van alle dieren onder alle gegeven omstandigheden. Deze betekenis heeft niets meer te maken met de originele betekenis van het woord “dierenbescherming”. Deze bestond erin dieren, die door mensen worden gebruikt voor voedsel of als transportmiddel, te beschermen tegen nodeloos lijden en ze goed en met kennis van zaken te behandelen. De bedoeling was dus zeer mensgericht. “Dierenwelzijn” in de oorspronkelijke zin van zijn betekenis laat met andere woorden een evenwicht toe tussen het welzijn van dier én van de mens. Het laat mededogen toe, niet alleen met het dier, maar ook met de mens die een economisch of financieel belang heeft bij het dier.

Er bestaan initiatieven zoals de Brooke Hospital for Animals (opgericht in 1934 door Dorothy Brooke) die zich inzetten, met eigen veterinaire klinieken, voor betere leefomstandigheden van werkpaarden en -ezels in o.a. Egypte, Jordanië, Pakistan en India. Jaarlijks worden in hun hospitaalcentra en rijdende klinieken meer dan 500.000 paarden en ezels gratis behandeld, en de eigenaren worden voorgelicht.

Maar er bestaat ook een ontwikkelingsorganisatie met een volledige andere aanpak die meer mijn voorkeur wegdraagt: Dierenartsen zonder Grenzen. Deze ngo zet projecten op in ontwikkelingslanden voor een verbetering van de lokale veestapel. Het unieke aan hun aanpak is dat zij door het uitbouwen van een lokaal zelfbedruipend diergeneeskundig netwerk de strijd aangaan tegen honger en armoede van de lokale bevolking én tezelfdertijd ook het welzijn van de veestapel en de trek- en lastdieren sterk verbeteren. Uiteraard is hier geen sprake van het toekennen van “rechten” aan dieren want de dieren worden er wel degelijk gebruikt als werkdier en als bron van voedsel en inkomen.

We kunnen dus effectief vanuit onze Westerse comfortsituatie een bijdrage leveren aan meer “dierenwelzijn” (in zijn originele betekenis van het woord) in ontwikkelingslanden. Dit zal echter niet gebeuren door met het morele vingertje te wijzen naar de arme lokale bevolking. Ook niet door een ideologisch en voor deze mensen wereldvreemd discours te voeren over het luxeproduct “dierenrechten” en zeker niet door een financiële bijdrage te storten aan een of andere mediageile dierenrechtenorganisatie. Maar dit kan perfect door een organisatie als Dierenartsen Zonder Grenzen financieel te steunen die via het verhogen van het dierenwelzijn ook het welzijn van de mensen verbetert… of is het omgekeerd?

Christian Parmentier is doctor in de dierengeneeskunde, pelshandelaar en de auteur van Het dier en zijn mensenrechten en De luis in de pels

Bron: De Geurs – maart 2009.

Tags:

Comments are closed.